Aangezichtspijn of Trigeminusneuralgie

Inleiding
Aangezichtspijn of trigeminusneuralgie is een aandoening die meestal voorkomt op wat oudere leeftijd. De pijn treedt meestal op aan één wang of onderkaak, waarbij de pijn kan doortrekken tot de neusvleugel of bovenlip. Minder frequent kan er ook pijn optreden rond een oog. De pijn komt meestal in korte heftige aanvallen, waarbij deze vaak wordt uitgelokt door aanraking van de neus bij wassen of scheren, eten en praten. De pijn treedt op in het gebied van de nervus trigeminus of drielingzenuw. Deze vijfde hersenzenuw loopt vanuit een gebied tussen de kleine en grote hersenen naar voren en vormt aan de schedelbasis een soort schakelstation, zenuwknoop of ganglion (het ganglion van Gasser). Hier splitst de zenuw zich op in drie takken: de eerste tak verzorgt het gevoel in de huid boven het oog en het hoornvlies, de tweede tak verzorgt het gevoel in de huid aan de wang en neusvleugel, de derde tak verzorgt het gevoel in de huid aan de onderkaak en bedient de kaakspieren.

Oorzaak
De oorzaak van trigeminusneuralgie is niet duidelijk. Sommigen zien het als een soort epilepsie (“toeval”) van de zenuw, gezien het optreden van de pijn in aanvallen. Een betrekkelijk moderne theorie veronderstelt dat achter in het hoofd, bij de oorsprong van de zenuw, een bloedvaatje tegen de zenuw aanklopt, waardoor de pijn zou worden uitgelokt. Met het ouder worden treedt een soort verlenging op van de bloedvaten, de bochten worden wat meer uitgesproken, waardoor dit op jongere leeftijd minder vaak wordt gezien. Helemaal sluitend is de theorie niet, maar voor de dagelijkse praktijk wel goed bruikbaar. Verder komt trigeminusneuralgie nog wel eens voor bij patiënten met multipele sclerose, mogelijk op grond van beschadigingen aan de basis van de zenuw (in de z.g. trigeminuskern).

Behandeling
Trigeminusneuralgie is vrijwel altijd op de een of andere manier te verhelpen. Bij de behandeling zijn er een aantal mogelijkheden: 

  • Medicamenteus
    Deze behandeling berust op de “epilepsie-gedachte” en bestaat dan ook uit het geven van medicijnen die ook bij epilepsie gebruikt worden om aanvallen te voorkomen of te onderdrukken. Carbamazepine en fenytoïne (beide stofnamen) zijn de meest gebruikte. Bij jonge patiënten is het bezwaar dat bij een keuze voor medicijnen deze wellicht levenslang moeten worden geslikt.
  • Doorsnijden van een zenuwtak
    Deze mogelijkheid wordt vrijwel alleen toegepast bij pijn in de eerste tak, dus boven het oog. Een bezwaar is het ontstaan van volledige gevoelloosheid in het huidgebied van het voorhoofd na de ingreep.
  • Uitschakelen van de zenuwknoop of het ganglion van Gasser
    Via een naald kan vanuit een punt even opzij van de mondhoed via een gaatje in de schedelbasis het ganglion worden aangeprikt. Dit gebeurt meestal onder röntgen doorlichting en kan onder narcose of met plaatselijk verdoving plaatsvinden. In het ganglion kan men op verschillende manieren verder gaan: het maken van een letsel met warmte, met stroom, inspuiten van middelen, druk uitoefenen met een opblaasbaar ballonnetje zijn een aantal methodes. Geprobeerd wordt hierbij de functie van de zenuw zoveel mogelijk te behouden, maar dit lukt niet altijd.
  • Opereren aan de basis van de zenuw zelf, dus achter in het hoofd
    Dit is een wat grotere ingreep wat betreft de benadering en daarom minder geschikt bij oude patiënten of bij een verhoogd operatierisico. Bij deze operatie wordt de zenuw opgezocht, waarna het bloedvat, dat in vrijwel alle gevallen tegen de zenuw aan klopt, hiervan afgehaald wordt. Tussen zenuw en bloedvat wordt een soort sponsje gelegd om herhaling te voorkomen. Gepoogd wordt om de zenuw hierbij volledig te sparen.
    Als een soort laatste redmiddel, vooral wanneer eerdere ingrepen gefaald hebben, kan ook nog de zenuw achter in het hoofd worden doorgesneden. Meestal gebeurt dit niet volledig, omdat de pijn meestal in de tweede en derde tak optreedt, terwijl men het gevoel in het hoornvlies wil sparen.

Risico’s en complicaties
Bij de ingrepen waarbij bewust de zenuwtakken uitgeschakeld worden, treedt een doof gevoel in het gelaat op in het verzorgingsgebied van die zenuwtakken. Dit is wat anders dan een scheef gezicht, waarmee dit vaak verward wordt. De spieren voor de bewegingen in het gezicht (de mimiek) worden verzorgd door de nervus facialis, de zevende hersenzenuw. Het dove gevoel is te vergelijken met de dove wang die men bij de tandarts kan krijgen na een verdovingsprik, maar dan blijvend.
Doordat bij het opzoeken van de trigeminus langs de twee bij elkaar verlopende zevende en achtste hersenzenuw (voor resp. mimiek en gehoor) gewerkt moet worden, lopen deze zenuwen wel een klein risico op uitval. Deze is gelukkig zeldzaam en vrijwel altijd van voorbijgaande aard.
Bij ingrepen aan het ganglion zal zoveel mogelijk geprobeerd worden alleen de tweede en derde tak uit te schakelen, maar dit lukt niet altijd. Soms is er dan toch uitval van de eerste tak wat betekent dat het gevoel in het hoornvlies is uitgevallen. Hierdoor merkt men niet meer wanneer er een vuiltje in het oog komt, zodat er een gevaar voor ontsteking bestaat.

Bron: Dr. Zeilstra, Neurochirurgisch Centrum Zwolle